![]() |
|||||
|
|
||||
|
JazzLab Series AllStars Band JazzLab Series AllStars Band. Een exclusieve gelegenheidsgroep die er kwam dankzij het engagement van zes muzikanten die er al van in het prille begin bij waren. We gingen met tenorist Bart Defoort, één van de groepsleden, aan tafel zitten, om te polsen wat die vijftien jaar voor hem betekend hebben. |
|
||||
|
[IS] Op welke manier ben je tegen jazz aangelopen? En wist je meteen dat er saxofonistenbloed in je aderen stroomt? [BD] Ik heb de jazzmuziek ontdekt rond mijn zestiende, door mijn broer Kris die vier jaar ouder is dan ik. Ik ben toen overgeschakeld van gitaar naar saxofoon, een instrument waarop ik echt verliefd ben geworden. Ik heb in die periode enkele zomerstages gevolgd bij onder anderen John Ruocco en Joe Lovano, die toen nog geen wereldster was. Ik woonde ook veel concerten van Belgische musici bij, zo zag ik Félix Simtaine met John Ruocco en met Pierre Vaiana, Jacques Pelzer, Michel Herr of Steve Houben vaak aan het werk, maar evenzeer mijn generatiegenoten die toen al heel goed speelden, zoals Frank Vaganée, Kurt Van Herck of Erwin Vann. [IS] Vijftien jaar geleden was je de Conservatoriumbanken nog niet zolang ongroeid. Nu geef je zelf les. Ik kan me voorstellen dat er een wereld van verschil ligt tussen toen en nu. Zou je kunnen zeggen dat de huidige generatie het makkelijker heeft om zich te ontplooien, nu er aan meer concervatoria jazz onderwezen wordt? [BD] Zelf ben ik van een generatie van vóór de Jazzopleidingen aan de Vlaamse conservatoria. In 1986 ben ik in Brussel gaan wonen om er te kunnen studeren aan het Franstalige Conservatorium, waar ze toen net een jazzopleiding begonnen. Daar ontmoette ik onder anderen Nathalie Loriers. Ze hanteerden toen nog het oude systeem van een Eerste Prijs-diploma als einddiploma, wat ik behaalde na twee jaar studie bij Steve Houben. Een heel verschil met de vijfjarige opleidingen die we nu kennen. Het is dan ook buiten de schoolpoorten dat ik het meeste heb geleerd. Eind jaren ‘80 was er in Brussel de KAAI, een club gerund door de muzikanten zelf, en waar ik zeer veel heb geleerd en heb geëxperimenteerd. De eerste echte groepen waar ik deel van uitmaakte zijn daar gegroeid: K.D.' s Basement Party, Octurn, enzovoort. [IS] Een groter aanbod aan jazzonderwijs leidt automatisch naar een groter aantal afgestudeerde muzikanten die allen een plaatsje willen veroveren op de muzikale markt. Hoe ervaar je dat? [BD] Doordat er zoveel meer muzikanten zijn is er op een bepaalde manier meer concurrentie. Artistiek is dat inspirerend, maar qua hoeveelheid werk is dat natuurlijk moeilijker. Oververzadiging van de markt lijkt in aantocht, zoals je al in Nederland en Frankrijk al hebt. Maar aan de andere kant denk ik dat echt talent altijd komt bovendrijven. [IS] Op vlak van organisatie en speelplekken is er op vijftien jaar tijd veel veranderd – hoe kijk jij terug naar ons begin? [BD] Het ontstaan van JazzLab Series vijftien jaar geleden brengt me terug naar die tijd waar er interesse van bovenhand kwam aan Vlaamse kant, om de jazzmuzikanten te steunen en ze te promoten in andere plaatsen dan jazzclubs, zoals culturele centra. Het is ook de periode van het ontstaan van het W.E.R.F.-label, dat geloofde en investeerde in Belgische muzikanten, en dat blijft doen. |
|
[IS] Is de jazz ook geëvolueerd volgens jou? [BD] Jazzmuziek is ook al heel lang niet meer één bepaalde stijlvorm. Het is een wijdvertakte artistieke muzikale expressie. Jazzmuzikant zijn is meer een houding geworden; het is open staan voor verschillende vormen van improvisatie. In die zin ben ik ervan overtuigd dat er niet zoiets bestaat als onvrije improvisatie. Een echte improvisator is iemand die zich vrij kan voelen en zich weet uit te drukken in heel verschillende muzikale contexten. Aan de andere kant kun je volgens mij, als je echt wil leren improviseren, niet omheen de swing, be-bop en blues. Ze blijven een prachtige basis van alle interessante moderne jazz. [IS] En hoe ben jij muzikaal geëvolueerd op die vijftien jaar? Heb je jouw dromen van toen al kunnen realiseren, of staat er nog heel wat op je verlanglijstje? [BD] Ik ben naast mijn werk bij het Brussels Jazz Orchestra ook altijd bezig geweest met eigen projecten, uit artistieke noodzaak en goesting om mijn composities vorm te geven. Naast vele jazzpodia en clubs hebben onder andere JazzLab Series en het W.E.R.F.-label me daarin altijd ruggesteun gegeven. Met mijn eigen groepen en cd's heb ik de weg naar het buitenland nog niet gevonden, maar dat kan nog komen. Ik ben daar niet ongeduldig in, of gefrustreerd over. Ik geloof dat in het leven alles op zijn plaats valt als je gewoon bewust en gepassioneerd bezig blijft, zowel binnen als buiten de muziek, want alles hangt samen! [IS] Laatst hoorde ik een muzikant zeggen dat de meeste mensen gaan werken om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien – maar dat hij, als muzikant, toch eerder dacht te leven om zijn werk te kunnen doen, om zoveel mogelijk te kunnen spelen voor publiek. Denk je er ook zo over, of zie je jezelf binnen een paar jaar ‘op pensioen gaan’? Bestaat dat eigenlijk wel, gepensioneerde jazzmusici? [BD] Qua toekomst leef ik van dag op dag, het belangrijkste blijft te kunnen blijven studeren en spelen. Als de passie daarvoor leeft, dan ga je je nooit oud voelen! En als je de muziek nooit als werk ziet,dan ga je ook nooit op pensioen hoeven te gaan! [IS] Kijk je uit naar de tournee met de JazzLab Series AllStars Band? [BD] Ik ben heel blij dat ik daarvoor ben gevraagd, want het belooft een heel toffe tour te worden. [IS] Wat mag het publiek zoal verwachten? [BD] We hebben afgesproken dat elke muzikant twee eigen composities meebrengt die we in een nieuw jasje zullen steken. We starten deze zomer de repetities, en ik ben zeker dat we ons serieus gaan amuseren. Want voor mij is jazz Serious Fun: een muzikaal feest met veel gevoel, opwinding, intelligentie, schoonheid en diepgang! En met deze fijne muzikanten zal dat zeker mogelijk worden! [BD] – Bart Defoort
|
|||