home introductie kalender podia archief winkel

 

>> pagina JazzLab Series AllStars Band

JazzLab Series AllStars Band
interview met Bart Defoort

JazzLab Series AllStars Band. Een exclusieve gelegenheidsgroep die er kwam dankzij het engagement van zes muzikanten die er al van in het prille begin bij waren. We gingen met tenorist Bart Defoort, één van de groepsleden, aan tafel zitten, om te polsen wat die vijftien jaar voor hem betekend hebben.

 

 

 

[IS] Op welke manier ben je tegen jazz aangelopen? En wist je meteen dat er saxofonistenbloed in je aderen stroomt?

[BD] Ik heb de jazzmuziek ontdekt rond mijn zestiende, door mijn broer Kris die vier jaar ouder is dan ik.
In ons gezin groeiden we vooral op met klassieke muziek. Dat kwam door onze vader, een muziekpedagoog en gepassioneerd koordirigent. Zoals iedere tiener waren wij ook enorm geinteresseerd in rock en pop. Ik speelde toen gitaar en zong blues en folkrock. Door naar LP’s van Joni Mitchell te luisteren kwam ik namen tegen als Jaco Pastorius, Wayne Shorter, Pat Metheny of Mike Brecker. In diezelfde periode is Kris naar Luik getrokken, dat was in die tijd de enige school naast de Antwerpse Jazzstudio die Jazz onderwees. Ik begon toen veel naar jazzconcerten te gaan: Miles Davis, Chet Baker, Joe Henderson, ... en was voorgoed verkocht. Want hier had ik muziek ontdekt die alles verenigde: opzwepende swing en grooves, prachtige harmonische kleuren en mooie, mysterieuze melodieën. Muziek die grote intelligentie paarde aan een enorme persoonlijke vrijheid, en bovendien buitengewoon opwindend was! Ik ben toen als een bezetene jazz beginnen beluisteren en bestuderen. Met de discografie van bijvoorbeeld Miles Davis kwam ik de belangrijkste jazzartiesten na 1945 op het spoor.

Ik ben toen overgeschakeld van gitaar naar saxofoon, een instrument waarop ik echt verliefd ben geworden. Ik heb in die periode enkele zomerstages gevolgd bij onder anderen John Ruocco en Joe Lovano, die toen nog geen wereldster was. Ik woonde ook veel concerten van Belgische musici bij, zo zag ik Félix Simtaine met John Ruocco en met Pierre Vaiana, Jacques Pelzer, Michel Herr of Steve Houben vaak aan het werk, maar evenzeer mijn generatiegenoten die toen al heel goed speelden, zoals Frank Vaganée, Kurt Van Herck of Erwin Vann.

[IS] Vijftien jaar geleden was je de Conservatoriumbanken nog niet zolang ongroeid. Nu geef je zelf les. Ik kan me voorstellen dat er een wereld van verschil ligt tussen toen en nu. Zou je kunnen zeggen dat de huidige generatie het makkelijker heeft om zich te ontplooien, nu er aan meer concervatoria jazz onderwezen wordt?

[BD] Zelf ben ik van een generatie van vóór de Jazzopleidingen aan de Vlaamse conservatoria. In 1986 ben ik in Brussel gaan wonen om er te kunnen studeren aan het Franstalige Conservatorium, waar ze toen net een jazzopleiding begonnen. Daar ontmoette ik onder anderen Nathalie Loriers. Ze hanteerden toen nog het oude systeem van een Eerste Prijs-diploma als einddiploma, wat ik behaalde na twee jaar studie bij Steve Houben. Een heel verschil met de vijfjarige opleidingen die we nu kennen.
Jazzonderwijs is volgens mij een tweesnijdend zwaard. Het positieve aspect  is dat het een ontmoetingsplaats is waar je gelijkstemde zielen ontmoet en dat het een plaats is waar je veel kan leren; over de grammatica van de jazztaal, over de jazzgeschiedenis... Het negatieve aspect is dat je de echte ervaring natuurlijk niet op de schoolbanken opdoet en ook dat academisering soms de persoonlijke ontdekkingstocht van de muzikant in de weg kan staan. Daarmee bedoel ik dat jazz, en kunst in het algemeen, eigenlijk niet écht in een systeem van examens en diploma’s kan worden gegoten. Dat heeft er uiteindelijk niets mee te maken. De creativiteit en de spirit is een persoonlijke attitude en een zoektocht waar je je hele leven aan wijdt.

Het is dan ook buiten de schoolpoorten dat ik het meeste heb geleerd. Eind jaren ‘80 was er in Brussel de KAAI, een club gerund door de muzikanten zelf, en waar ik zeer veel heb geleerd en heb geëxperimenteerd. De eerste echte groepen waar ik deel van uitmaakte zijn daar gegroeid: K.D.' s Basement Party, Octurn, enzovoort.
Ik zie eenzelfde fenomeen vandaag in de verschillende grote steden: jonge mensen komen er samen en zijn gepassioneerd bezig met muziek in bepaalde underground-clubs. Dat valt allemaal toe te juichen, ik denk dat iedere generatie zijn eigen unieke mengelmoes van attitude, invloeden en muzikale helden heeft. Zelf blijf ik het inspirerend vinden om met nieuwe en jonge muzikanten in aanraking te komen.

[IS] Een groter aanbod aan jazzonderwijs leidt automatisch naar een groter aantal afgestudeerde muzikanten die allen een plaatsje willen veroveren op de muzikale markt. Hoe ervaar je dat?

[BD] Doordat er zoveel meer muzikanten zijn is er op een bepaalde manier meer concurrentie. Artistiek is dat inspirerend, maar qua hoeveelheid werk is dat natuurlijk moeilijker. Oververzadiging van de markt lijkt in aantocht, zoals je al in Nederland en Frankrijk al hebt. Maar aan de andere kant denk ik dat echt talent altijd komt bovendrijven.
Het kan soms heel vermoeiend zijn om aan gigs te raken, zeker als je, zoals de meeste muzikanten, niet de luxe hebt om een boekingsagent te hebben. Maar ik zie ook dat de jongere generaties veel beter zijn nu in het promoten van zichzelf, doordat zij zijn opgegroeid met internet en andere technologie. Ze springen daar heel makkelijk en natuurlijk mee om. Ze zijn ook veel Internationaler ingesteld. De wereld is op die vijftien jaar meer een dorp geworden.

[IS] Op vlak van organisatie en speelplekken is er op vijftien jaar tijd veel veranderd – hoe kijk jij terug naar ons begin?

[BD] Het ontstaan van JazzLab Series vijftien jaar geleden brengt me terug naar die tijd waar er interesse van bovenhand kwam aan Vlaamse kant, om de jazzmuzikanten te steunen en ze te promoten in andere plaatsen dan jazzclubs, zoals culturele centra. Het is ook de periode van het ontstaan van het W.E.R.F.-label, dat geloofde en investeerde in Belgische muzikanten, en dat blijft doen.
Artistiek gezien zat ik daar middenin met experimentele groepen als K.D.' s Basement Party, Octurn en met de oprichting van het Brussels Jazz Orchestra, dat onder leiding van Frank Vaganée kwam te staan en waar in het begin Félix Simtaine de drums bemande! Sindsdien heeft de jazzwereld zich enorm uitgebreid: van een klein milieu waarbij iedereen elkaar kende, tot een enorme groep mensen die door het jazz-virus zijn gebeten.

http://www.myspace.com/bartdefoort


Bart Defoort

[IS] Is de jazz ook geëvolueerd volgens jou?

[BD] Jazzmuziek is ook al heel lang niet meer één bepaalde stijlvorm. Het is een wijdvertakte artistieke muzikale expressie. Jazzmuzikant zijn is meer een houding geworden; het is open staan voor verschillende vormen van improvisatie. In die zin ben ik ervan overtuigd dat er niet zoiets bestaat als onvrije improvisatie. Een echte improvisator is iemand die zich vrij kan voelen en zich weet uit te drukken in heel verschillende muzikale contexten. Aan de andere kant kun je volgens mij, als je echt wil leren improviseren, niet omheen de swing, be-bop en blues. Ze blijven een prachtige basis van alle interessante moderne jazz.

[IS] En hoe ben jij muzikaal geëvolueerd op die vijftien jaar? Heb je jouw dromen van toen al kunnen realiseren, of staat er nog heel wat op je verlanglijstje?

[BD] Ik ben naast mijn werk bij het Brussels Jazz Orchestra ook altijd bezig geweest met eigen projecten, uit artistieke  noodzaak en goesting om mijn composities vorm te geven. Naast vele jazzpodia en clubs hebben onder andere JazzLab Series en het W.E.R.F.-label me daarin altijd ruggesteun gegeven. Met mijn eigen groepen en cd's heb ik de weg naar het buitenland nog niet gevonden, maar dat kan nog komen. Ik ben daar niet ongeduldig in, of gefrustreerd over. Ik geloof dat in het leven alles op zijn plaats valt als je gewoon bewust en gepassioneerd bezig blijft, zowel binnen als buiten de muziek, want alles hangt samen!
In die zin ben ik blij dat ik telkens mijn projecten heb  kunnen concretiseren in concertreeksen en cd's. En ik blijf daar met 200% passie en liefde mee bezig. Het jongste project, het Bart Defoort & Emanuele Cisi Quintet (ze tourden in september 2007 bij JazzLab Series onder de naam Bart Defoort ‘Jazzhood’ – IS) met Emanuele Cisi, Nicolas Thys, Ron Van Rossum en Sebastiaan De Krom, heeft nu alle prioriteit. In oktober 2008 volgt onze cd-release, met een concertreeks eraan gekoppeld om de cd te promoten.

[IS] Laatst hoorde ik een muzikant zeggen dat de meeste mensen gaan werken om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien – maar dat hij, als muzikant, toch eerder dacht te leven om zijn werk te kunnen doen, om zoveel mogelijk te kunnen spelen voor publiek. Denk je er ook zo over, of zie je jezelf binnen een paar jaar ‘op pensioen gaan’? Bestaat dat eigenlijk wel, gepensioneerde jazzmusici?

[BD] Qua toekomst leef ik van dag op dag, het belangrijkste blijft te kunnen blijven studeren en spelen. Als de passie daarvoor leeft, dan ga je je nooit oud voelen! En als je de muziek nooit als werk ziet,dan ga je ook nooit op pensioen hoeven te gaan!

[IS] Kijk je uit naar de tournee met de JazzLab Series AllStars Band?

[BD] Ik ben heel blij dat ik daarvoor ben gevraagd, want het belooft een heel toffe tour te worden.
Met al deze muzikanten heb ik al vaak gespeeld, zowel binnen het Brussels Jazz Orchestra, als daar buiten, met andere projecten.

[IS] Wat mag het publiek zoal verwachten?

[BD] We hebben afgesproken dat elke muzikant twee eigen composities meebrengt die we in een nieuw jasje zullen steken. We starten deze zomer de repetities, en ik ben zeker dat we ons serieus gaan amuseren. Want voor mij is jazz Serious Fun: een muzikaal feest met veel gevoel, opwinding, intelligentie, schoonheid en diepgang! En met deze fijne muzikanten zal dat zeker mogelijk worden!

[BD] – Bart Defoort
 [IS] – Ilka Stevens