Improvisatie zonder terugblikken of blozen

interview met Jan Rzewski
door Frederik Goossens - okt '07

 

[FG] Hoe hebben Fabian Fiorini en jij elkaar ontmoet?
[JR] Oh, dat is al vele jaren geleden. Ik denk dat een aantal van mijn vrienden me aan hem hebben voorgesteld ergens in 1993, toen hij een van de leerlingen van mijn vader (de componist Frederic Rzewski) was aan het Brusselse conservatorium. Maar we hebben pas voor het eerst samen muziek gemaakt zo’n viertal jaar geleden. Toen nodigde ik hem uit in een 13-koppige band die had opgericht. “The Workers” heette die. Dat was een orkest waarvan ook mensen als Laurent Blondiau en Garrett List deel uitmaakten. Allemaal uitmuntende muzikanten. Samen speelden we muziek die speciaal voor ons gecomponeerd was door mensen als Kris Defoort, Antoine Prawerman, Frederic Rzewski enzovoort. Maar we hebben toen slechts twee concerten gegeven. Ik heb nog maandenlang geprobeerd om meer gelegenheden te vinden waar we konden spelen. Zonder succes. Het project was gewoonweg te duur, denk ik. Erg weinig organisatoren waren bereid om een band met dertien muzikanten te betalen, zelfs al vonden ze de muziek de moeite waard. En dan zwijg ik nog over de hele klus die het voor mij was om die dertien man steeds samen te krijgen voor repetities.

[FG] Dus dit keer is je keuze voor een duo je ingegeven uit praktische en pragmatische overwegingen?
[JR] (lacht) Nee, niet echt. Als je speelt zoals wij dat doen, dan sta je bij zulke dingen niet stil. Soms is het nodig om met veel mensen samen iets te proberen, maar soms heb je aan twee genoeg. Zoiets laat zich niet vooraf dicteren of becijferen. Maar ik geef toe, mocht ik meer gelegenheid gekregen hebben om met The Workers te spelen, zou dit duo misschien niet bestaan. Maar anderzijds staat evenmin iets ons in de weg om op een gegeven moment van dit duo een trio te maken, als we daar de noodzaak toe zouden voelen. Maar voorlopig vinden we bij mekaar genoeg inspiratie. Ik heb gevoel dat we samen nog heel veel te ontdekken hebben. Ik geef je een voorbeeld; toen we met de fotograaf Dirk Vervaet hadden afgesproken om een aantal foto’s te maken voor de brochure van JazzLab Series, vroeg hij ons om wat te spelen. We zijn toen, zonder ook maar een woord met elkaar te wisselen, begonnen. Wel een half uur lang. En het was prachtig! Ik denk dat dat mooi illustreert waar onze muziek rond draait: vrijheid, spontaneïteit, schoonheid en respect. Maar dit betekent niet dat we steeds zo spelen. Soms houden we er evengoed van om vooraf gecomponeerde muziek zo precies mogelijk door te spelen. Alles hangt zowat af van het moment. Dat houdt het niet alleen voor het publiek boeiend, maar zeker ook voor ons. Zo kan elk concert weer een echt avontuurlijke ontdekkingstocht worden.

[FG] Maar wanneer je spreekt over “vrij spelen”, dan zitten we gevaarlijk dicht bij piepknormuziek?
[JR] Nee, integendeel! We zouden dat natuurlijk kunnen doen. Maar voorlopig proberen we dat te vermijden. Of beter gezegd, het is eenvoudigweg niet nodig. Het is niet echt de bedoeling om vreemde geluiden te produceren of om bewust vals of ‘anders’ te gaan spelen. Daarom denk ik dat we ook af en toe ‘fout’ kunnen zijn tijdens onze improvisaties. Maar we hebben geleerd die fouten te accepteren en deel te maken van het verhaal dat de muziek ons vertelt. Dan wordt die fout misschien mooi. Kijk, de manier waarop ik muziek maken zie, is dat je nooit te zeer mag stilstaan bij de fouten die je maakt. Maar je mag er evenmin van uitgaan dat elke noot die je speelt dé juiste noot zal zijn. Af en toe zal het verkeerd uitlopen. Maar zolang je in het moment speelt en je oren zo open mogelijk probeert te houden, maak je doorgaans de mooiste muziek. Net dat idee streven we met dit duo na. Althans dat hoop ik.

[FG] Hoe zou je je muziek dan omschrijven?
[JR] We proberen een perfecte balans te vinden tussen improvisatie en compositie. We improviseren veelal op vooraf op papier gezette “structuren” en akkoordensequensen, maar zijn even snel bereid die ook te laten vallen. En daar proberen we dan zo min mogelijk over na te denken. Gelukkig hoeven we elkaar ook nooit erg veel uit te leggen. We voelen elkaar perfect aan.

[FG] Hoe zal een concert van jullie dan verlopen?
[JR] We hebben een repertoire samengesteld van een aantal stukken. Sommige hebben we zelf geschreven, andere zijn composities van anderen: Steve Lacy, Charles Mingus of Frank Zappa. Je hoeft daar erg weinig achter te zoeken, hoor. Een eenvoudige melodie die je blijft achtervolgen is meestal voldoende reden om een stuk te kiezen. In feite hebben we gewoon gezocht naar muziek die we allebei wel mooi vonden en die we ook graag zouden spelen. Tegelijk wilden we ook muziek brengen die makkelijk in het oor ligt. Muziek die een tegengewicht kan bieden tegen de intense luister- en speelervaring die je, als muzikant en als publiek, ondergaat tijdens de passages waarin dan weer vrij wordt geïmproviseerd. Zo willen we van elk concert een mooi gebalanceerd geheel maken.

[FG] Je wil de mensen een mooie avond bezorgen?
[JR] Natuurlijk! Ik hou steeds rekening met ons publiek. Ik wil steeds dat wie de moeite neemt om naar ons te komen luisteren, naar huis kan gaan met het idee iets bijzonders te hebben meegemaakt. Een concert van ons duo moet een natuurlijke flow zijn die voorvloeit uit de inspiratie van het moment, waarbij we steeds op elkaar inspelen of elkaar uitdagen en verleiden. Vóór een concert spreken we zo weinig mogelijk af. We hebben dat repertoire waarop we kunnen terugvallen, en weten min of meer wie wanneer mag improviseren, maar die afspraken houden we echt tot een noodzakelijk minimum. En wanneer er iets verandert in de volgorde van het repertoire of een van ons beiden stuit toevallig op een prachtig idee, dan kunnen we daar natuurlijk ook verder op ingaan. Dat is het opwindende aan met Fabian te kunnen spelen. Hij kan uit het niets beginnen spelen en de prachtigste muziek zomaar uit de lucht plukken. En daarin ontmoeten onze muzikale werelden ook elkaar; we houden er allebei erg van om muziek te maken zoals we ademen. Er niet teveel bij nadenken, maar heel natuurlijk en ongedwongen spelen.

[FG] Wat voor een muzikant is Fabian Fiorini?
[JR] Fabian is een uomo universale. Hij kan écht alles spelen. Een puur natuurtalent. Of hij nu strak gecomponeerde moderne of klassieke muziek moet spelen of begint te improviseren, alles wat hij doet, is puur goud. Daarom zit hij ook nooit om werk verlegen. Hij weet zich overal in te passen; van een modern klassiek ensemble als Ictus, over Octurn, Aka Moon tot de Taraf de Haïdouks. Noem maar op! Iedereen wil wel met hem spelen. Net als ik, is hij een erg gretige muzikant die steeds op zoek is naar onverkende muzikale horizonten. En daarnaast is hij ook nog eens een uitmuntend componist. Fabian is waarschijnlijk een van de meest veelzijdige talenten van de Belgische, of zelfs Europese jazz scene.

[FG] Is jullie duo al goed gerodeerd?
[JR] Eerlijk gezegd, neen. Ons enige concert samen, was in Luik tijdens het jazzfestival daar. De andere keer, toen we in de Vooruit in Gent moesten spelen, was Fabian zo ziek dat hij verstek heeft moeten laten gaan. Kris Defoort heeft hem toen vervangen.

[FG] Dus wie weet draait het allemaal heel anders uit, zodra jullie aan deze tournee met JazzLab Series beginnen?
[JR] Natuurlijk, dat maakt het net zo boeiend. En daar komt dan nog eens bij dat we telkens op dezelfde avond als het trio van Erik Vermeulen zullen spelen. Elke avond naar de muziek van Erik luisteren, zal ook onvermijdelijk een weerslag hebben op hetgeen wij zullen doen. Ik denk dat zij misschien meer traditionele jazz zullen brengen, die wij dan zullen counteren om samen een erg gevarieerde avond te presenteren. Maar elke avond op zich zal ook weer anders zijn. En de muziek die we op het einde van de tour zullen spelen, zal misschien op weer een heel ander spoor zitten dan bij ons allereerste concert. Wie weet, misschien zullen we de avond zelfs afsluiten met een gezamenlijke jamsessie? Dat zou pas mooi zijn!

[FG] Bij de combinatie piano en sopraansaxofoon denkt iedere jazzliefhebber natuurlijk aan die legendarische tandem Mal Waldron en Steve Lacy.
[JR] Je bent zeker niet de eerste die die vergelijking maakt. Natuurlijk waren die twee onvermijdelijk ook een groot voorbeeld voor ons. Maar we gaan niet dat duo imiteren, hé. Fabian en ik luisteren allebei naar heel veel verschillende soorten muziekgenres en onwillekeurig sluipen heel wat diverse invloeden in onze muziek. Het is nooit echt zeer opvallend. Je zal ons er nooit op betrappen dat we bewust muziek imiteren.

[FG] Maar Steve Lacy was jouw grote voorbeeld?
[JR] Als je sopraansaxofonist bent, is iemand als Steve Lacy nooit ver weg. Hij was (naast Sidney Bechet) sowieso een van de weinige echte sopraansaxofonisten van de jazz. Ik kende Steve al sinds ik nog erg jong was. Hij speelde al in de jaren zestig – nog voor ik geboren was - samen met mijn vader in een band in Rome, Musica Elettronica Viva (MEV). Dat moet zowat de allereerste vrij improviserende band geweest zijn die gebruik maakte van elektronica en synthesizers. Dat was een band waarin ook af en toe mensen als Robin Schulkowsky, Anthony Braxton en Garret List speelden. Je begrijpt dat bij ons thuis muziek steeds een centrale plaats innam. Via mijn vader ontmoette ik allerlei belangrijke componisten als Christine Wollf, Alvin Curran of Richard Teitelbaum. Ik had ook al van kindsbeen af een muzikale opleiding doorlopen. Ik speelde piano, maar als tiener was ik onwillekeurig aangetrokken door de saxofoon. Eerst was dat nog een alt. Maar mijn allereerste sopraansaxofoon heb ik samen met Steve Lacy gekocht. Ik moet toen een jaar of zestien geweest zijn.  Ik was speciaal overgevlogen uit Rome om samen met hem allerlei winkels te doen in Parijs. Op het einde van die dag raadde hij me een zilveren sopraansax aan.

[FG] Waarop je nog steeds speelt?
[JR] Nee, ondertussen ben ik al toe aan mijn tweede instrument, maar die zilveren sax zal ik altijd bijhouden. Steve Lacy had zo’n kurkdroge, bijna ijle en snijdende sound die erg herkenbaar was en die me wel in zekere zin heeft beïnvloed, hoewel ik nooit bewust heb geprobeerd die te imiteren. Het waren vooral zijn ideeën over muziek die hij in zijn boek “Findings: My Experience with the Soprano Saxophone” had neergeschreven die eengrote indruk op mij hebben gemaakt. In dat boek beschrijft hij hoe hij zichzelf steeds voor nieuwe uitdagingen heeft gesteld. Steeds verder. Nooit stil blijven staan. Lacy haalde daarenboven zijn inspiratie uit meer dan muziek alleen, en liet zich beïnvloeden door allerlei kunstvormen. Het is die onbevangen gretigheid die hij steeds heeft behouden die ik ook probeer na te streven.
Hij heeft me ook geleerd om de sopraansaxofoon te aanvaarden als dat erg eigenzinnige instrument dat nooit ‘juist’ zal klinken. Hoezeer je ook je best doet om het te vermijden, een sopraansax klinkt altijd een beetje vals. Het is bijna onmogelijk om een zuivere noot te spelen. Je kan dat vermijden door zoals Sidney Bechet met een heel breed vibrato te spelen, maar uiteindelijk moet je het gewoon leren accepteren. Ik vergelijk het vaak met paardrijden. Soms lukt het je het beestje te bedwingen, maar soms is het koppig en word je er ook eens afgesmeten. Vallen en opstaan.

Frederik Goossens werkt freelance voor Klara, Knack en Jazzmozaïek

terug naar Fiorini-Rzewski Duo

 

 

 

Fiorini-Rzewski Duo

Jan Rzewski & Fabian Fiorini

foto's : Dirk Vervaet