Een eerlijke muzikant

interview met Sabin Todorov
door Frederik Goossens

 

Het wil maar niet winteren dit jaar. Maar dat komt goed uit wanneer ik op een warme januaridag een uur te vroeg op mijn afspraak met de Belgo-Bulgaarse jazzpianist Sabin Todorov arriveer. Todorov woont dicht bij het Heizel stadion en ik neem van de gelegenheid gebruik om de buurt wat uit te kammen. Bijna was ik op het autosalon beland, tot ik me plots het doel van mijn bezoek herinner. Ik spoed me terug naar het appartement van Sabin, die me ontvangt op koffie en taart! Ach, en dan wat praten over jazz? Het kan vandaag niet meer stuk! Sabin toont zich een voorbeeldige gastheer en excuseert zich meteen dat we het interview in het Frans moeten afnemen.

[ST] Ik ben volop bezig Nederlands te leren. Een vriendin van me is me daarbij aan het helpen. Ik zou toch op zijn minst tijdens deze JazzLab Series tournee door Vlaanderen wat aankondigingen in het Nederlands moeten kunnen doen, maar het zo moeilijk! Ik weet niet of ik het zal durven. En ik speel sowieso doorgaans met Franstalige muzikanten, hoewel ik op het Nederlandstalige Koninklijk Conservatorium van Brussel les heb gevolgd.

[FG] En is het nu ook de eerste keer dat je met je eigen trio de taalgrens oversteekt?

[ST] Ja, min of meer wel. Het is de eerste keer dat we aan een tournee van deze omvang door Vlaanderen beginnen. We hadden al een soortgelijke tournee gedaan met Les Lundis d’Hortense (de Franstalige tegenhanger van JazzLab Series) in 2006 en het werd tijd om ook eens aan de andere kant van België een neus te halen.

[FG] Kan je ons dan eens je trio voorstellen?

[ST] Ik ben met deze band begonnen toen ik in mijn derde jaar aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel zat. Onze drummer, Lionel Beuvens, en ik zaten toen in dezelfde klas. De inspiratie achter de muziek die we met dat trio toen brachten, haalde ik uit de Bulgaarse volksmuziek. Grappig eigenlijk, want voor ik naar België kwam, luisterde ik nooit erg veel naar die muziek. We zijn toen echt begonnen als een volksmuziekgroep, zou je kunnen zeggen. Matthieu Verkaeren was in die tijd nog onze bassist. Later is Sal La Rocca hem komen vervangen. Door hem zijn we veel meer jazz beginnen spelen. De muziek werd ook opgewekter, want Sal heeft nu eenmaal die vrolijke en openhartige persoonlijkheid. Maar nog steeds ontleent onze muziek heel wat melodieën, motiefjes en ritmes uit de Bulgaarse muziek. Ofwel spelen we mijn eigen composities, die sowieso heel veel van die volksmuziek weg hebben, of we omspelen een aantal traditionele thema’s. Door die thema’s jarenlang te spelen, is onze versie ervan er zo ver van weg geëvolueerd dat je de oorspronkelijke muziek niet meer kan herkennen. Het is dus echt moderne jazz wat we spelen.

[FG] Vertel eens hoe je hier in België bent verzeild geraakt.

[ST] Ik heb een heel lange en erg intensieve opleiding gekregen als klassieke pianist. Ik zat op een school waar bijna exclusief muziekonderwijs werd gegeven en ben achteraf nog enkele jaren zelf muziekleraar geweest. Toen dacht ik dat er toch meer in het leven moest zijn. Ik kon toch niet eeuwig notenleer blijven geven? Gelukkig werd ik toegelaten aan het conservatorium in Brussel en kon ik daar gaan studeren bij mensen als Nathalie Loriers en Diederik Wissels.

[FG] Koos je er bewust voor om hier jazz te gaan studeren?

[ST] Al sinds ik klein was, hield ik ervan om achter de piano te improviseren. Dat was toen nog geen jazz, natuurlijk, want zoveel jazzmuziek kreeg je toen nog niet te horen. Onder het communisme was de jazz niet erg welkom, zoveel was duidelijk. Jazz spelen was zelfs een ietwat clandestiene, subversieve daad. Maar er was wel veel Cubaanse muziek, natuurlijk! (lacht) De muziek die al de rest domineerde, was klassiek. Om me tegen al dat sérieux te wapenen en me wat te amuseren begon ik wat ik links en rechts hoorde, na te spelen. En dat kon van alles zijn: filmmuziek, tango’s, walsen, alles wat in ons huis door de radio kwam. Na de val van het communisme was er steeds meer jazz te horen. En zo heeft de microbe ook mij te pakken gekregen.

[FG] Je verhaal en je muziek doet me wat denken aan die andere pianist uit het vroegere Oostblok, de Serviër Bojan Z.

[ST] Bedankt voor het compliment! Hij is natuurlijk zowat mijn allergrootste voorbeeld. Zijn muziek beïnvloedt mij enorm. Ik ben een hevige bewonderaar van wat hij doet.

[FG] Hij vertelde me hoe jazz spelen echt spannend was onder het Communisme. Hij had zelfs wat heimwee aan die tijd, toen jazz nog subversief was.

[ST] Ik begrijp dat volledig, maar zo heb ik het persoonlijk nooit meegemaakt. Net voor de hele omwenteling plaatsvond, in 1987-’89, deed ik mijn legerdienst. Dan ben je echt volledig van de buitenwereld afgesloten. Je weet echt niet meer wat er om je heen gebeurt, laat staan dat je de gelegenheid zou hebben om naar muziek te luisteren. Toen ik afzwaaide en terug aan de slag kon als pianist, was jazz plots niet meer zo heel erg verboden. Je kon er makkelijker aan geraken, hoewel je de interesse ervoor in Bulgarije natuurlijk ook niet moet overschatten. Ik ga nog steeds regelmatig terug en dan heb ik de allergrootste moeite om een groep van begeleiders te vinden. Er zijn gewoon geen muzikanten die jazz spelen in Bulgarije. En het publiek ervoor is ook heel erg beperkt. De paar jazzmuzikanten die het land rijk was, vluchtten naar het buitenland; zoals de pianist Milcho Leviev, die vaak in de VS met Don Ellis of Billy Cobham speelde. Hij keerde wel af en toe terug om een aantal concerten te geven in zijn geboorteland. Maar alles wat ik geleerd heb over jazz, heb ik hier in Brussel geleerd.

[FG] Dus het was niet zozeer het jazzgenre dat je aantrok, maar gewoon de idee om eindelijk eens je eigen muziek te kunnen spelen en ongebreideld te kunnen improviseren?

[ST] In zekere zin wel, ja. Maar ja, wat is tegenwoordig nog jazz? Die muziek kent nu zovele gedaantes dat niemand er nog wijs uit geraakt. Jazz kan dicht bij moderne concertmuziek aanleunen, het kan zeer vrije, spontane muziek zijn, het kan etnisch zijn, het kan meditatief zijn, het kan swingen en het kan tegendraads zijn, het kan rockjazz zijn of boogiewoogie. Maar in al die verschillende soorten jazz, wat blijft het belangrijkste ingrediënt? Dat is de improvisatie! Dat is volgens mij het grootste verschil tussen jazz en alle andere genres. En daarnaast kent jazz ook een zekere persoonlijke esthetica, die ervoor zorgt dat de muziek ook echt als “jazz” klinkt. Je moet als muzikant volgens mij een zekere vormvastheid aanhouden. Je kan niet superchaotische muziek beginnen maken. Voor mij moet jazz ook steeds een zekere diepgang kennen, een zekere ritmiek, een zekere zin voor frasering die je enkel in dit genre hoort.

[FG] Zou je jazz “eerlijker” noemen dan andere soorten muziek?

[ST] Ja, daar kan ik wel wat voor voelen. Want je staat als jazzmuzikant toch steeds “naakt” op het podium. Je hebt niks anders om op terug te vallen dan je eigen inspiratie. Alles wat we spelen komt van ons. Wanneer je je triestig voelt, zal je dat ook horen. En omgekeerd, ook als je blij bent, heeft dat een invloed op wat je speelt. Ik kan alleen maar hopen dat elke muzikant eerlijk op het podium stapt.

[FG] Je maakt dus ook een zeer persoonlijke muziek?

[ST] Het is tegenwoordig zéér moeilijk om je persoonlijkheid nog te laten gelden in de jazzmuziek. De geschiedenis weegt misschien te zwaar? Voor mezelf heb ik het in ieder geval nog niet uitgemaakt of mijn muzikale persoonlijkheid zwaar genoeg doorweegt om echt iets te kunnen betekenen. Het is bovendien moeilijk om daar zelf over te oordelen. Ik laat dat liever aan het publiek over. Het enige wat mij interesseert is spelen.

[FG] Hoe groot is de invloed van het publiek?

[ST] Die invloed kan je onmogelijk overschatten. Alles is zowat het resultaat van de reactie van het publiek. Je hoeft je luisteraars natuurlijk niet met té veel eerbied behandelen, want daar heeft niemand wat aan, maar zonder luisteraars beteken je niks. Als die dan nog eens enthousiast reageren op wat jij aan het spelen bent, dan stijgt de energie op het podium enorm. Dan word je terug een klein kind dat zich dood amuseert met spelen en muziek maken. De interactie tussen de muzikanten onderling wordt ook groter, want je voelt je gewoon meer geïnspireerd. Maar ik zal je wat verklappen: ik ben ook wat bijgelovig. Als ik een hele reeks echt goede concerten heb gespeeld, dan ga ik er onwillekeurig van uit dat het volgende wel slecht moet zijn. (lacht) Maar je kan het je natuurlijk niet permitteren om slecht gezind op het podium te gaan staan. De mensen die naar je komen luisteren verdienen dat je het beste van jezelf geeft en dat probeer ik ook altijd te doen.

[FG] Jullie spelen als trio toch al een aantal jaren samen. Hoe houd je de dingen fris?

[ST] We leren elkaar steeds beter aanvoelen en dat komt de muziek alleen maar ten goede. We doen er alles aan om onszelf scherp te houden. Ik ben er bijvoorbeeld niet de muzikant naar om alles noot voor noot op voorhand op repetities te gaan doornemen. Ik hoef niet van álles zeker te zijn. Niet alles hoeft even verzorgd te zijn van het begin tot het einde. Kijk, voor mij zijn er twee soorten jazzmuzikanten: enerzijds zijn er diegenen waarbij alles zeer natuurlijk, zonder te veel moeite te hoeven doen, uit de vingers vloeit, en anderzijds heb je er die zeer hard moeten werken en heel veel voorbereiding nodig hebben. Zo is Herbie Hancock volgens mij zo’n zeer natuurlijke speler, terwijl Chick Corea een harde werker is. Je kan dus onmogelijk zeggen wie van de twee beter is, maar ik denk dat wij zelf tot de natuurlijke spelers behoren. Hoe onze muziek uiteindelijk zal klinken op het podium, dat hebben we zelf niet eens in de hand.

[FG] Mogen we ook al een cd-opname van je trio verwachten?

[ST] In februari maken we de opnames voor Igloo en hopelijk is die cd afgewerkt wanneer we aan onze JazzLab Seriestournee beginnen. Het zou mooi zijn mochten we het publiek de cd kunnen aanbieden.

Frederik Goossens werkt freelance voor Klara, Knack en Jazzmozaïek

terug naar Sabin Todorov Trio

 

 

 

Sabin Todorov Trio

 

Sabin Todorov Trio

 

foto's : Frederik Vanden Broek