|
Het duurt een tijdje voor ik Erik Vermeulen te pakken
krijgen voor dit interview. Wanneer we elkaar eindelijk ontmoeten in Brussel,
feliciteert hij me er zelfs voor dat het me is gelukt: “Zo af en
toe belt er wel eens een journalist, maar die gasten willen het zichzelf
ook zo gemakkelijk maken, hé. En ik heb ook wel wat beters te doen
dan interviews te geven.” Dus, profiteer ervan, want interviews
met deze uitmuntende raspianist zijn schaars!
[FG] Je presenteert voor deze JazzLab Series tour een “nieuw”
trio.
[EV] Ja, in zekere zin wel. Bassist Manolo Cabras heeft de plaats van
Eric Surmenian ingenomen. Eric was naar Parijs verkast en het werd hem
langzaamaan te veel om voor kleine optredens telkens weer met de auto
naar hier te tuffen. Maar drummer Marek Patrman is nog steeds dezelfde
gebleven. En ik ook, natuurlijk!
[FG] Manolo en Marek herken ik ook uit de band van Free Desmyter.
Ze lijken zowat de Sly en Robbie van de Belgische jazz te worden. De ritmesectie
van het moment.
[EV] Ze zijn niet alleen beregoed, bovendien kennen zowel Manolo als Marek
mijn repertoire door en door. Je moet weten dat we wel erg dicht bij elkaar
wonen, in dezelfde appartementsblok hier in Brussel. We repeteren dus
geregeld samen omdat het zo eenvoudig is. Ze hoeven maar tot mijn appartement
te wandelen en we zijn vertrokken.
[FG] Zijn daar ook al optredens van gekomen of wordt het een echte
première?
[EV] We hebben al een aantal keren gespeeld, in het Jazz Station in Sint-Joost-Ten-Node,
bijvoorbeeld. Daar heb ik trouwens een opname van; ik voelde me die dag
niet goed, de piano was niet naar mijn zin. Ik heb me toen heel erg moeten
concentreren, en daardoor is dat nog een heel erg intense set geworden.
[FG] Wat is het verschil tussen Manolo en Eric?
[EV] Oef, dat is een moeilijke vraag! (denkt heel diep na) Manolo is toch
een heel verschillende muzikant, hoor. Hij heeft een erg eigenzinnige
dynamiek; hij is ritmischer, vinniger, terwijl Surmenian zeer contemplatief
is en enorm op de klank georiënteerd. Eric speelde erg lyrisch, in
die mate zelfs dat ik me er soms tijdens een optreden op betrapte dat
ik me dreigde te verliezen in een romantische sentimentaliteit. Het spel
van Manolo is daarentegen dynamisch en energetisch. Die wissel doet me
dus ook heel anders spelen. Mijn pianospel verandert sowieso steeds onder
de invloed van de omstandigheden. Vervang die piano, de ruimte waarin
we muziek maken of de muzikanten rondom mij, en ik ga echt heel andere
muziek maken. Zelfs hetzelfde repertoire zal anders klinken.
[FG] En Marek? Hoe is hij geëvolueerd sinds jullie laatste
cd, Inner City uit 2002?
[EV] Marek en Manolo zijn echt op elkaar gaan inhaken. Ze volgen mekaar
blindelings. Als je met een trio speelt is er sowieso een heel erg sterke
synergie tussen de drie polen. We evolueren alle drie onwillekeurig onder
invloed van elkaar. Zoiets verloopt heel erg organisch. Het is dus echt
heel erg moeilijk om je vinger op bepaalde invloeden of evoluties te leggen.
Elk stuk, elke episode van een optreden kan anders uitpakken dan je had
verwacht. Je kent het clichee; verander één lid van een
trio en je hebt een andere groep.
[FG] Vind je daarom die triobezetting zo boeiend?
[EV] In een trio krijg je voortdurend andere richtingen, andere oplossingen
en andere mogelijkheden aangereikt. Samen kom je uit bij muziek die ieder
voor zich nooit voor mogelijk had gehouden. Ik zal je een voorbeeld geven;
Marek speelt elke woensdag in café de Muze in Antwerpen en nodigt
me dan soms uit. Dan kom ik daar vaak moe en futloos toe. Ik heb een hele
dag les gegeven en moet me letterlijk naar die piano toe slepen. Dan heb
ik echt to-taal geen zin en vraag ik me af waar ik de energie vandaan
zal halen om dat optreden tot een goed einde te brengen. Maar voor je
het weet ben je meegenomen op een golf van energie waarvan je niet eens
wist dat ze in je aanwezig was. Je wordt door die muzikanten opgetild
naar een hoger niveau. Dan begint de muziek voor zich te spreken en vergeet
je alles om je heen. Het geheel is altijd meer dan de som van de delen.
Ik denk dat ik dus inderdaad een nieuw Erik Vermeulen Trio zal kunnen
presenteren. Waarin de grote verschillen liggen met het vorige trio, dat
laat ik liever aan de luisteraars over om te ontdekken.
[FG] Heb je een vaste speellijst voor elk optreden?
[EV] (aarzelt) Mmmja. Vaak spelen we dezelfde dingen, ja. Hoewel, we houden
ook een heel groot repertoire achter de hand. Daar kunnen we dan uit beginnen
putten als de muziek ons er toe zou brengen. Zo zijn er heel veel composities
van mij die niet af zijn, maar die ik dan vervolledig of er zijn er andere
stukken die ik volledig herschrijf. Maar al die composities zijn vaak
maar een alibi om een bepaalde manier van spelen mogelijk te maken. Dus
waar we soms heel erg lange thema’s spelen, zijn andere partituren
slechts heel erg korte schetsen om als trampoline te dienen voor improvisatie.
[FG] Jan Rzewski, je collega tijdens deze tour, zei het al: waarschijnlijk
zal hun muziek totaal anders klinken bij afloop van de tournee dan bij
het begin. Dat zal voor jullie waarschijnlijk ook wel opgaan, als ik je
zo bezig hoor?
[EV] Ongetwijfeld! Want, eerlijk gezegd, zo vaak heb ik nog niet met Manolo
gespeeld. We zullen waarschijnlijk nog heel wat moeten aftasten.
[FG] En dan word je ook nog eens elke avond geconfronteerd met
Fabian Fiorrini?
[EV] Geweldig!! We spelen telkens na hen. Wat zij doen, zal ons ongetwijfeld
beïnvloeden. Hoe kan het ook anders? Ik vind Fabian een ronduit fantastische
muzikant. Hij zal me zeker en vast inspireren. Ik kijk er al naar uit!
[FG] Speel je graag in zulke double bill situaties?
[EV] Het is leuk om vanuit het niks te spelen, maar voor deze tour hebben
we altijd iets om een tegengewicht tegen te bieden. Je zou kunnen dingen
laten horen die je nog niet gehoord hebt, of net integendeel, verder borduren
op hetgeen je net hebt gehoord. Het hangt er maar van af. We zullen in
ieder geval allemaal samen in een en hetzelfde grote bad vol muziek zitten.
[FG] Jan Rzewski dacht zelfs de avond te eindigen met een gezamenlijk
jam?
[EV] Dat mag ook! Heel graag zelfs,maar dat wordt dan een derde set, want
wij zijn van plan alles op te nemen.
[FG] Aha? Er komt dus een nieuwe cd?
[EV] Ja, die opnames zullen misschien kunnen dienen daarvoor. We spelen
sowieso met het idee van een live cd te maken. De energie van een live
cd is toch weer net iets anders. Ik moet me ook niet speciaal gaan oppeppen
om live te spelen. Alle energie die nodig is om goeie jazz te maken, is
sowieso al aanwezig. We moeten ze alleen nog juist gebruiken.
[FG] Je geeft ook al jaren les. Maak je ook school?
[EV] Ik hoor wel hier en daar bij oud-studenten van me een aantal kenmerken
die terugkeren. Niet dat ze me nabootsen, hoor. Dat zou trouwens onmogelijk
zijn (lacht). Ze zouden niet weten waarop ze mij zouden moeten pakken.
Ik maak bijvoorbeeld thuis muziek die totaal anders is dan waar mensen
mij mee associëren. Maar ik denk niet dat iemand daar in zou geïnteresseerd
zijn. De desinteresse voor alles wat nieuw is, is zeer groot. Toen ik
jong was, was dat gelukkig anders en ik heb veel geleerd door gewoon naar
de radio te luisteren. Luister nu nog maar eens naar Klara en vraag je
af wanneer je nog een klassiek werk dat na 1940 is geschreven, hebt gehoord.
Het wordt nu erg moeilijk om nog aan goede stuff te geraken op de media
tegenwoordig, met alle verlichte despoten die het daar voor het zeggen
krijgen en de boel voor echte liefhebbers verzieken.
Maar om op je vraag te antwoorden, ik denk dat mijn invloed groter is
in de manier waarop een aantal jonge muzikanten met muziek omgaan. En
dan gaat het niet alleen om welke voicings of welke doorgangsnoten, maar
ook waar muziek voor hen om kan draaien.
[FG] En wat is dat dan volgens jou?
[EV] Dat is voor elk stuk anders, voor elke muzikant anders, voor elk
optreden anders. Ik ben in die zin zo veelzijdig dat je me nooit op een
enkel stijl zal kunnen betrappen. Ik denk niet in termen van “stijlen”
of stijlkenmerken. Het allerbelangrijkste is dat je iets te vertellen
moet hebben. Dat je muziek maakt vanuit een noodzaak, een noodwendigheid,
een wilskracht. En dat je je publiek nooit verveelt.
[FG] En de techniek?
[EV] Die moet je onder knie hebben, dat spreekt voor zich. Maar jazz is
geen invuloefening, hé! Ze laat zich niet verticaal spelen. Het
helpt als je de jazztraditie kent en de jazztaal leert spreken. Elke grote
jazzmuzikant was zich bewust van waar zijn muziek vandaan komt. Luister
maar naar John Coltrane, Keith Jarrett, of Charlie Parker en je hoort
een zelfde bewustzijn. Het is aan weinige genieën gegeven vanuit
het niets te scheppen. Ik ben al heel mijn leven bezig de muziek van al
die grote voorbeelden te analyseren en onbewust, zonder ze te hoeven nabootsen,
pik je daar dingen van op die je eigen spel zullen veranderen. Onlangs
speelde ik een soloconcert met enkel stukken van Monk. Die stukken zitten
zo vastgeroest aan hun componist dat het resultaat een unieke versmelting
werd van de erfenis, de taal van Monk en de manier waarop ik ermee heb
leren omgaan. Ik ben een van die muzikanten die goed is in het integreren
van vele stijlen, maar die dan ook kunnen vertalen naar een zeer persoonlijke,
betekenisvolle muziek.
[FG] Vertel eens, hoe ben je eigenlijk in de jazz verzeild geraakt?
[EV] Ik kom uit een echt klassiek nest. Toen ik geboren werd, speelde
mijn oudere broer Dirk al viool. En Jan, ook pianist, is een groot liefhebber
en kenner van de classici en vroege romantici. Dat is mijn achtergrond.
Ik moest van mijn vader cello spelen, omdat er al een pianist was en enkel
nog een cello ontbrak in het gezin. Vijf jaar lang heb ik op dat instrument
gespeeld tot ik op mijn elfde mijn arm heb gebroken en een half jaar in
de plaaster heb gezeten, daarna ben ik met de cello gestopt. Ik was niet
slecht hoor, maar ik speelde gewoon liever piano. Telkens mijn oudere
broer er niet was, zat ik al achter dat klavier te improviseren. Ik heb
mezelf geleerd piano te spelen en ben pas les beginnen volgen vanaf mijn
achttiende. Ik ben in die periode heel veel naar hedendaagse muziek beginnen
luisteren. En naar jazz.
Daarna is heel alles heel snel gegaan. Wanneer ik afstudeerde aan de academie
was ik al een van de veel gevraagde jazzpianisten van België. Ik
was toen echt bezeten. Ik stopte niet met piano spelen. Ik luisterde ook
naar iedereen en alles tegelijkertijd en verslond allerlei soorten muziek.
Weather Report, Miles Davis, Bill Evans waren toen zowat mijn grote helden.
Pas later merkte ik dat ik ook moest terugkeren naar de bebop. Dan heb
ik Wynton Kelly en Bud Powell en Monk ontdekt. (wordt enthousiast) Kijk,
je begint slechts met muziek door naar andere muziek te luisteren. Dat
ervaar je ook als jonge gast; je hoort iets en denkt: “dat wil ik
ook kunnen!” Ik vind het opwindend te denken dat er nog elke dag
zoveel muziek te ontdekken valt. Zoveel te leren.
[FG] Wanneer vind je van jezelf dat je het kan, jazz spelen?
[EV] Ach, het duurt heel erg lang voor je denkt dat je muziek ergens naar
lijkt. Ik vind bijvoorbeeld niet dat ik voor mijn dertigste een concert
heb gegeven dat echt de moeite waard was. Wil je muzikant worden, dan
moet je bereid zijn daar keihard voor te werken. En steeds veeleisend
blijven. Ik heb ook geen cd gemaakt voor ik zevenendertig was. Voor ik
goed wist waar ik mee bezig was. En dan nog hebben ze erg aan mijn mouw
moeten trekken vooraleer ik eraan begon. (lacht)
[FG] Tot slot, nog toekomstplannen?
[EV] Ik zit vol ideeën en plannen! Ik spreek er niet graag over dingen
die er nog niet zijn, want alles evolueert, maar ik heb nu pas het gevoel
dat ik echt goed op dreef ben! Ik wil nog heel veel opnames maken. Soms
zou ik drie cd’s per jaar willen maken; één in trio,
één in duo en één solo. Ik heb al heel wat
materiaal liggen, maar zoek enkel nog de middelen om het allemaal te kunnen
realiseren. Bij deze een warme oproep…
Frederik Goossens werkt
freelance voor Klara, Knack en Jazzmozaïek
terug naar
Erik Vermeulen Trio
|


foto's: Jos L. Knaepen
|
|