fbpx

(c) Björn Comhaire


Onze double bill met Backback en Don Kapot, daar zouden de gensters van afspatten. Twee trio’s met potige muziek en een knoert van een live-reputatie, dat kon alleen maar vuurwerk geven. De timing, midden in een vierde golf die heftig om zich heen sloeg, kon moeilijk erger, maar kijk, we maken er het beste van. We hadden ook een kort gesprek met Filip Wauters, gitarist en songschrijver bij Backback, zijn trio met saxofonist Marc De Maeseneer en drummer Giovanni Barcella, dat zijn vijfde album
Deuk voorstelt.

We spreken Wauters net op het moment dat er nieuwe verstrengingen worden aangekondigd. “We hadden met Het Zesde Metaal negenentwintig concerten op twee maanden en die hebben we allemaal kunnen afwerken. We hebben geluk gehad, het was goede timing. Maar nu bekijk ik het dag per dag.” Snel zou blijken dat de JazzLab-tournee er ook niet ongeschonden vanaf zou komen. Intussen schotelden we enkele vragen voor.

Als ik het goed begrepen heb bestaat de band dit jaar 20 jaar.
FW: “Ongeveer toch, voor mezelf is het ook onduidelijk. We begonnen als trio met Tom De Wulf als drummer en na een jaar of drie kwam Giovanni erbij. Dat was de echte start van Backback. Het is wel behoorlijk uniek dat we al zo lang bij elkaar zijn gebleven.”

In welke zin is de band veranderd?
FW: “Het is vooral gemakkelijker geworden, dat is misschien evident na zo’n lange tijd. We kennen elkaar goed intussen. Het is meer dan een groep muzikanten, we zijn ook echte vrienden. Als we repeteren, dan gaat dat ook steeds gepaard met eten en drinken, dat hoort erbij. Ik denk niet dat we de laatste vijftien jaar een repetitie gedaan hebben zonder dat er gegeten werd. Dat klinkt misschien wat gek, maar dat is wel heel belangrijk voor ons. Die gesprekken, luisteren naar muziek, samen dingen ontdekken. Het repeteren zelf duurt meestal maar een uurtje of zo. Vroeger speelden we bij Giovanni thuis, momenteel repeteren we bij mij. Als er maar een keuken is (lacht).”

Jullie hebben nu vijf albums uit. Hiervoor zat er telkens vier-vijf jaar tussen de albums, Deuk liet maar twee jaar op zich wachten. Is dat een gevolg van deze coronatijd?
FW: “Misschien wel, maar het is ook wel toeval. We bestaan twintig jaar, maar we zijn natuurlijk niet elk jaar volle bak bezig. Iedereen is ook bezig met andere dingen. Ik heb een tijd bij Arno gespeeld en dat waren echt grote tournees en dan had ik geen tijd om met Backback bezig te zijn. Dat is ook voor iedereen OK. Dan leggen we het stil en pikken het weer op als er tijd is. Met corona was er uiteraard veel tijd. De leden van Backback zijn de mensen die ik het laatste anderhalf jaar het meest gezien heb. Dan is het logisch dat we aan nieuw materiaal begonnen werken. ik ben er ook wel heel trots op. Er mag gerust een pauze zijn voor een jaar en dan heeft iedereen veel zin om weer te beginnen. En ze staan open voor elk idee waar ik mee afkom.”

Wanneer is dat idee gekomen om iets te doen rond Ellingtons muziek?
FW: “Als we repeteren, dan spelen we niet noodzakelijk nieuw materiaal. Ik breng het nieuwe materiaal wel aan, maar als ik geen inspiratie heb, doen we andere dingen. Dan spelen we ook standards voor de fun. Dat hebben we dikwijls gedaan en dan merkte ik op dat er veel Ellington in terecht kwam. Zo ontstond het plan om iets helemaal rond Ellington te doen. Ik ben me er dan ook in beginnen verdiepen. Ik kende wel al wat, zoals The Far East Suite, dingen die iedereen kent. Maar dan ben ik echt gaan ontdekken en bijleren. En dat is een bijzondere trip.”

Moest je de anderen overtuigen om dat te doen?
FW: “Het was vooral mijn idee, maar ik heb niet veel moeite moeten doen om ze te overtuigen. Het is niet zo dat alles van mij kwam. Giovanni deed ook een paar hele goeie suggesties. Het blijft een wisselwerking. Op de cd staan twaalf stukken, maar er was een longlist van vijftig stukken die we allemaal aangeraakt hebben en waar ik een nieuw arrangement van maakte. Er was zeker genoeg materiaal voor twee albums, dus wie weet komt er nog een vervolg. Maar er is ook veel gesneuveld omdat we merkten dat het niet echt werkte.  Dat hoort erbij.”

Kan je je nog herinneren hoe je Ellington ontdekt hebt?
FW: “Ik heb geen enkele muzikale opleiding gevolgd en ik denk dat ik die muziek rond mijn twintigste ontdekte. In die tijd is mijn interesse in jazz opgekomen en Ellington zal daar zeker bij gezeten hebben. Het meer avontuurlijke werk, zoals Money Jungle bijvoorbeeld, is altijd een favoriet geweest. Dat is geen typische Ellington-plaat, maar wel iets waar ik al lang naar luister.”

Zijn er lessen die je hebt geleerd via Ellingtons muziek?
FW: “Zeker en vast, maar ik weet niet of ik dat goed kan benoemen. Ik vind hem heel inspirerend als muzikant, hij is zeker een van mijn favoriete pianisten. Vooral omdat hij altijd heel functioneel speelde. Hij hoeft niet te etaleren hoe virtuoos hij is, ook al is hij dat wel. Het staat in functie van de muziek, dat maakt het ook toegankelijk. Dat verklaart ook waarom hij zoveel speelde, voor een breed publiek. Het heeft een zekere toegankelijkheid die me hard aanspreekt. Toch is het niet banaal. Het is eigenlijk heel gesofisticeerde muziek.

Even praktisch: als je denkt dat een stuk iets voor jullie is, hoe ga je dan te werk? Begin je op gehoor dingen uit te schrijven of ga je op zoek naar arrangementen?
FW: “Meestal ga ik wel op zoek naar de orkestpartituur en dan bestudeer ik dat een beetje en maak ik daar een reductie van. Die neem ik mee naar de band en dan zien we of het lukt. Het is vooral zoeken naar een evenwicht. Met Marc is het makkelijker, die zal de partituur lezen en kan die ook interpreteren en wat sturen. Giovanni is een ander verhaal (lacht). Op het eerste zicht is het moeilijk om hem in een richting te sturen, maar dat is ook net zijn kracht. Als je hem genoeg vrijheid geeft, dan komt hij met andere dingen af die ik er zelf niet in gehoord had.”

Toen ik de band aan het werk zag hoorde ik een mooi evenwicht van strakheid, door de compacte stukken, maar tegelijk met spontaniteit erin. Het klonk alsof jullie er al lang mee bezig waren en leek meer op spelen met muziek dan muziek spelen. Voor jullie ook?
FW: “Dat begint zeker te komen. In het begin zit je in een repetitieproces, dan is dat nog heel pril. Intussen heb je het opgenomen. Dat is iets heel typisch: nadat je het opneemt wordt het nog beter. De opname komt eigenlijk altijd iets te vroeg in het proces. Je zou eigenlijk eerst een tournee moeten doen en dan een plaat opnemen, maar dat is natuurlijk niet logisch.”

Wat hoop je dat er met de muziek gebeurt? Verwacht je dat die sterk verandert?
FW: “Dit repertoire is het meest afgelijnde en gearrangeerde dat we al deden. Op de andere platen was het vrijer, maar het is niet omdat het uitgeschreven en gearrangeerd is dat het niet kan groeien. Dat zal zeker gebeuren. Ik denk dat we dat repertoire nog lang gaan meedragen, of toch stukken daaruit. Dat verhaal is niet ten einde.

Ik vond het ook mooi om te horen dat er eigenlijk geen grote stijlbreuk was tussen stukken van Ellington en jullie eigen muziek. Dat zegt wel iets over de sound en stijl van het trio.
FW: “Het is gevaarlijk om vergelijkingen te maken, zeker met Ellington, maar in de kern gaat het over hetzelfde: compacte stukken. Ellington schreef, zeker in het begin, vooral korte stukken voor 78-toerenplaatjes. In drie minuten moest het gebeuren, dat is ook zo in de pop. Dat spreekt me ook wel aan, niet dat ik iets tegen uitgesponnen stukken heb. Het is ook ons ding. Compacte stukken met een goede melodie, daar gaat het over.”

Wat is je favoriete Ellington-album? Of welk album zou je aanraden?
FW: “Dat is een heel moeilijke vraag. Money Jungle heb ik al vermeld, maar dat is geen typisch Ellingtonalbum. Ik zou misschien kiezen voor Such Sweet Thunder, de conceptplaat rond Shakespeare, ook al zijn veel stukken van Billy Strayhorn. Ik vind die plaat nog altijd heel catchy en fris. Er zijn veel mensen die zeggen dat die bigband-sound niet zo tof klinkt. Voor sommigen klinkt dat wat oubollig en ik snap dat ook wel.  Maar dan moeten ze misschien wel naar Ellington At Newport luisteren, met die legendarische solo van Gonsalves. Niet de beste opname, maar dat is wel heel opwindend. Wat zou jij aanraden?

Moeilijk inderdaad. Misschien The Far East Suite of The Afro-Eurasian Eclipse, omdat ze zo modern klinken. Laatste vraag: Deuk komt ook uit op vinyl, dat getuigt dezer dagen van ballen.
FW: “Ja, sinds 1 december staat de plaat op de digitale kanalen. Tegen maart is de vinylversie normaal klaar. Dit album is ook echt op maat van het formaat en de hoes gaat ook mooi zijn, door de zeefdruk op ruw karton.”

Dat wordt iets om naar uit te kijken. Wil je er zelf nog iets aan toevoegen?
FW: “Ja, dat ik heel trots ben op ons project. Het is al een lange trip geweest en ik vind het nu al geslaagd. We hopen dat de concerten kunnen doorgaan…”

Duimen maar!

> Meer info & speeldata hier
> Beluister/bestel Deuk (digitaal) via Bandcamp